don 04 dec 2008 |
|
Een wandeling door landgoed De Pettelaar |
|
|
|
| Een mozaïeklandschap Het landgoed de Pettelaar is een kleinschalig gebied ten zuiden van 's-Hertogenbosch. Het ligt ingeklemd tussen de regionale weg ’s-Hertogenbosch – Schijndel aan de oostzijde, de snelweg A2 aan de noordzijde, het weidegebied het Dooibroek aan de zuidzijde en het Sterrebosch aan de westzijde. Het gebied vormt een deel van het Dommeldal en is landschappelijk nauw verbonden met het Bossche Broek, het Sterrebosch, Oud Herlaar, Haanwijk en het Dooibroek. Het landgoed de Pettelaar kan worden beschouwd als een onderdeel van de hogere zandgronden waartoe ook de Drunense Duinen en de Vughtse Hei behoren. Aan de noordzijde van deze zandgronden vinden we het landschap dat onder invloed stond van de rivieren, het zogenaamde fluviatiele landschap. Door de combinatie van vele lanen van verschillende soorten bomen, overgangen van droog naar nat, van hoog naar laag, de aanwezigheid van schrale weilanden, akkertjes en bossages geven het landgoed een kleinschalige, gezellige, Brabantse uitstraling.
Het Brabants Landschap Het gebied is eigendom van het Brabants Landschap. De totale oppervlakte bedraagt 49 hectare. Er wordt een beheer gevoerd dat de natuurwaarden van het gebied veilig moet stellen, en het liefst nog moet vergroten.
Ligging De wandeling start vanaf de Pettelaarse Schans. Deze is gelegen ten zuidoosten van 's- Hertogenbosch, aan de Zuiderplas, vlakbij het Provinciehuis, langs de A2.
De routebeschrijving De beschrijving van de route is cursief weergegeven. De wandeling duurt ca. 1,5 uur.Welkom bij de Pettelaarse Schans! Historisch, maar ook landschappelijk gezien, behoorde de Pettelaarse Schans vroeger bij het totale gebied van de Pettelaar. Sinds de jaren '60 is het hiervan afgesneden door de Rijksweg A2. In 1623 werd de schans aangelegd door de Spanjaarden. In 1672 is de schans gesloopt. De omgeving werd weer veilig geacht en hier ontstond het gehucht Pettelaar. De boerderij ‘de Pettelaar’, die op de oude resten van de vroegere schans stond, stamt uit 1880. In 1959 is de schans ‘gereconstrueerd’. Hierbij zijn ter markering 200 koningslinden in de oorspronkelijke vijfpuntige stervorm aangeplant. Tevens is toen de boerderij verbouwd tot restaurant, nu 'Croy De Pettelaar'.
U loopt nu naar het viaduct over de A2. Het landgoed de Pettelaar is sinds de jaren ’60 doorsneden door de rijksweg A2. Dit was een behoorlijke aanslag op de toen aanwezige natuurwaarden. In 1995 zijn 2 waterkerende dijken ter weerszijde van de rijksweg A2 aangelegd, als gevolg van de overstroming van de A2. Het landgoed kwam ook toen deels onder water te staan. Door de aanleg van de dijken zijn drie monumentale eiken verdwenen, ca. 400 m2 bosperceel en een kwelvegetatie van 15 are. De volgende compenserende maatregelen zijn genomen:
- Door natuurtechnisch beheer wordt er op beide kaden een schrale kruidenrijke vegetatie ontwikkeld.
- Aan de noordzijde (richting Zuiderplas) komt een natuurvriendelijke sloot met een breedte van 20 m en een lengte van ca. 700m. Hier wordt een moeras en kwelvegetatie tot ontwikkeling gebracht.
- Aanleg van twee dassentunnels met de begeleidende dasaantrekkende vegetatie.
- Aan de zuidzijde komt een compenserende beplanting die goed aansluit bij het kleinschalige karakter van de Pettelaar.
U loopt verder over het viaduct, en daalt naar rechts het talud af. Ook kunt u even doorlopen en de asfalt weg rechts ingaan. Een bordje geeft aan dat dit gebied in het bezit is van het Brabants Landschap. U staat aan het begin van een, vooral in het voorjaar, romantisch ogende laan met monumentale beuken. Het zijn in totaal maar liefst 117 bomen. In deze laan kun je in het voorjaar veel beukenzaailingen aantreffen. De meeste zullen nooit uitgroeien omdat er, behalve in het voorjaar, te weinig licht tot de bosbodem doordringt. Vinken, staart-, kool-, en pimpelmezen zijn er bijna altijd aan te treffen. Halverwege de oprijlaan is de toegang naar het landhuis gemarkeerd met een laan van platanen. Bij de meeste bomen leven de cellen in de schors hooguit enkele jaren, maar bij de beuk een eeuw of langer. De schors is zeer dun, minder dan 1 cm. Ze zijn daardoor ook zeer gevoelig voor direct zonlicht. Om zichzelf daartegen te beschermen laat de beuk zijn takken soms tot op de grond hangen. Door zijn dichte bladerendek kan de zon de ‘huid’ niet beschadigen. Een natuurlijke parasol bij uitstek! Binnen in de laan groeien dan haast ook geen takken, terwijl aan de beide buitenkanten grote statige takken gebogen naar beneden hangen. Ook is te zien dat op een aantal plaatsen een boom is weggevallen. Dit is op langere termijn fataal voor de laan. De bomen direct naast de omgevallen boom zijn namelijk onbeschermd tegen de zon. Hierdoor zal de vitaliteit van de bomen ernaast afnemen, en daarmee ook hun weerstand tegen bijvoorbeeld ziekten/schimmels.
U loopt de beukenlaan af tot aan de boerderij. In 1913 werd deze boerderij gebouwd. De boerderij wordt tegenwoordig verpacht. In de walnotenboomgaard links van het pad zijn bijna altijd boomklevers aanwezig.
Op de T-splitsing gaat u rechtsaf. Meteen aan de linkerkant ligt een akkertje. Aan de rand van het akkertje staat zomers een grote distel te bloeien (Ilirische distel). Als deze bloeit, verblijven veel wantsen op deze plant. Ze leven voornamelijk van plantensappen. Hun steeksnuit wordt gebruikt om in de vaten van de plantenstengels te steken en zo het sap op te zuigen.
U volgt het pad tot voorbij de boerderij.Rechts zijn enkele fruitbomen overgebleven van wat voorheen een grote hoogstamboomgaard was.
U volgt het pad. Let hier ook op eventueel zwevende buizerds.Aan dit lange zandpad is in de zomer een keur aan wilde planten te vinden, waaronder de dag- en avondkoekoeksbloem, gewone teunisbloem, brem, akkerwinde en schapenzuring. Een deel van de bermen is opnieuw ingeplant met esdoorns en beuk. In de lage vegetatie zijn op diverse plaatsen wildwissels te vinden. Opvallend aan deze wissels is dat ze oplopen langs hout en greppelranden. Deze randen zijn een goede beschutting. Vroeger waren weilanden, akkers en boerderijen omgeven door houtranden (een mooi voorbeeld is de rand tussen twee weilanden tegenover de boerderij). Ze waren bedoeld als afscherming voor het vee, als productie voor geriefhout of als afscherming tegen weersinvloeden. In de jaren ’50 zijn veel van deze houtranden verdwenen: te duur in onderhoud, opkomst prikkeldraad, niet voldoende afzetmogelijkheden houtproducten (vervanging door kunststof). Zo’n houtrand is een prima verblijf en schuilplaats voor vele vogels en andere dieren.
U negeert het pad aan de linkerkant en blijft het zandpad volgen. Vlakbij de bomenrij aan de rand van het weiland staat elk jaar een groep grote brandnetels. De brandnetel is de inheemse planten die voor het grootste aantal vlindersoorten als voedselplant dient. Daarbij zijn fraaie, grote en bekende dagvlinders zoals de atalanta, de dagpauwoog en de kleine vos. Ook is de grote brandnetel in trek bij diverse snuitkevers (bijvoorbeeld de gladde brandnetelkever, de viervlekbrandnetelsnuittor, de gekamde brandnetelsnuittor en de groene brandnetelsnuittor. Ook diverse wantsen, cicaden en bladluizen (sapzuigende insecten) komen vaak voor.
U loopt terug tot het eerste pad aan de rechterkant. Op deze splitsing staan enkele prachtige tamme kastanjes. In de voorste kastanje zijn enkele spechtgaten te zien, van de grote bonte specht. De opkomende vogelkers rondom de kastanje biedt volop beschutting voor konijnen, getuige de vele holen.
U volgt dit pad. Dit is een mooie esdoornlaan. De laan leidt naar een stuk van het gebied waar het cultuurgoed ophoudt en een bosgevoel over je heen komt. Links zijn diverse naaldbomen aangeplant, en rechts loofbomen. Het gebied rechts is een rustgebied voor het wild en dus niet toegankelijk. De groenblijvende rododendrons even verderop aan de rechterkant, geven aan dat er mensenhanden aan te pas zijn gekomen om het gebied vorm te geven. Ter hoogte van de rododendrons ligt links weer een beukenlaan.
U loopt dit laantje in tot u rechts een ruïne ziet. Verscholen onder het mos ligt een oude ruïne van een voormalig boerderijtje, omgeven door een ligusterhaag en lindebomen. Dit boerderijtje is tot circa 1968 bewoond geweest en stond lokaal bekend als ‘het huis van Kapteins’ of ‘van de Kaptein’. Het was destijds een klein, witgekalkt huis, compleet met waterput en boomgaardje. Alles is echter vervallen en verwilderd. Dit plekje is een ideale plaats voor kikkers en vaak is de eekhoorn hier aanwezig.
U loopt terug naar de rododendrons en gaat hier linksaf. Over het gehele terrein zal de Amerikaanse vogelkers worden bestreden. Door middel van uitdunning zal het aandeel exoten zoals Amerikaanse eik, Corsicaanse den, fijnspar en Japanse lariks worden teruggedrongen, zodat in de toekomst alleen inlandse boomsoorten overblijven.Om de Amerikaanse vogelkers geen kans te geven zich te herstellen, zal in het loofbos voorlopig niet worden gekapt. Door een dicht bladerscherm krijgt deze dan geen kans. Elders wordt het aandeel dood hout vergroot.
Bij de volgende kruising gaat u rechtsaf. Hier is regelmatig de roffel van de grote bonte specht te horen. Even verderop aan de rechterkant ligt een zandheuvel, de Patersberg. De oudste geschriften hierover gaan terug tot de 15e eeuw. In die tijd heeft er ook een hoeve van het Fratershuis van de Broeders des Gemenen Levens te ’s-Hertogenbosch gestaan. De ligging hiervan is onduidelijk. Eén historische bron vermeldt dat hij stond op de plek van het huidige restaurant, een andere bron zegt op de plek van de Patersberg.In de periode 1624-1627 werd er veel zand afgegraven en vervoerd naar de binnenstad van ’s-Hertogenbosch om lage delen op te hogen. Omdat het landgoed in die tijd al tot de gemeente St.-Michielsgestel behoorde kunnen we bijna stellen dat ’s-Hertogenbosch gebouwd is op Gestels zand. Dat er vele zandheuvels waren in het gebied van St.-Michielsgestel blijkt uit namen die voorkomen in oude aktes. Voorbeelden zijn Temelsberg, Hongerenberg, Kapelberg, Klokberg. Gestel zelf betekent immers ‘hoge droge zandige grond’. Rondom de Patersberg is het motto van het beheer ‘niets doen’ om de ter plaatse talrijk voorkomende eikvaren te handhaven. De eikvaren groeit vaker op een hellend tot loodrecht vlak dan op een vlak terrein. Zij houdt niet van volle zon, en groeit vaak op plekken waar dood, plantaardig materiaal langzaam vergaat. De zoetsmakende wortelstok van de eikvaren ('engelzoet') is in gebruik als geneesmiddel, onder meer tegen keelaandoeningen.
Als u dit pad (de Koestraat) uitloopt komt u uiteindelijk bij kasteel ‘Oud Herlaar’ uit. Deze beschreven wandelroute laat U hier echter omkeren.
U loopt terug tot aan de kruising en gaat hier rechtdoor. Even verder op staan aan de linkerkant Amerikaanse eiken en rechts eerst Amerikaanse en later zomereiken en op het eind weer Amerikaanse eiken. Bij de zomereik zitten de eikels aan een lange gemeenschappelijke steel. Amerikaanse eiken onderscheiden zich weer van andere eiken doordat de eikel haartjes aan de binnenkant van de dop heeft. De Amerikaanse eik heeft variabele, matgroene bladeren enontwikkelt een grote, koepelvormige kroon. De bladeren zijn spits gelobd. Ook heeft de stam een gladder uiterlijk in vergelijking met de zomereik. De Amerikaanse eik is, zoals de naam al doet vermoeden, geen inheemse soort en hoort hier dus eigenlijk niet thuis. Een vergelijking tussen het aantal insectensoorten die op, om en van de inheemse eik leven en van de Amerikaanse eik maakt duidelijk waarom de soort uit sommige gebieden zelfs wordt verwijderd. De inheemse eik heeft ruim 200 insectensoorten in, op en om zich (de meeste van alle in Nederland voorkomende bomen). De Amerikaanse komt niet verder dan 1/10 hiervan. Deze soortenrijkdom heeft zich waarschijnlijk kunnen ontwikkelen omdat de inheemse eik al enorm lang in Nederland voorkomt. Vele insecten hebben zich van de eik af en aanhankelijk gemaakt.
U gaat het eerste pad links. Het eerste pad links is het pad waaraan de al eerder bekeken ruïne ligt. Bij alle percelen met landbouwgronden zullen aan de randen hiervan kleine landschapselementen worden ingericht, bijvoorbeeld houtsingels langs slootranden. Door het landschap nog kleinschaliger in te richten met singels en houtwallen wordt het aantrekkelijker voor allerlei soorten vogels, zoogdieren en insecten.
U negeert het pad en gaat bij de boerderij rechtsaf. U heeft het rondje Pettelaar voltooid en kunt via de beukenlaan weer terug naar de Pettelaarse Schans. We hopen dat u van de wandeling heeft genoten, en wellicht in een ander jaargetijde het gebied nog eens komt bezoeken. Wel thuis, en geniet in de beukenlaan nog even van de vele mezen en vinken... |
|
|
|
|
|
Zon op / zon onder
 |  |  | 07:03 | 13:38 | 20:12 | | 's-Hertogenbosch |
|