Iedereen die deze zomer regelmatig buiten is geweest, kan het niet ontgaan zijn: er waren dit jaar veel vlinders. Op de eerste plaats waren dat de Distelvlinders. De Distelvlinder is een trekvlinder die uit Noord-Afrika en Zuid-Europa hier naartoe komt vliegen.
Sommige jaren zie je hem niet of nauwelijks, andere jaren is hij talrijk aanwezig. Dit jaar had hij de wind en het weer mee, al vroeg in het seizoen vlogen er veel. Het bleef hier goed gaan, zodat er al snel een nieuwe generatie was. Het was dan ook geen uitzondering als je een vlinderstruik met tientallen Distelvlinders zag. Een prachtig gezicht!
Het gebied is maandelijks bezocht, waarbij de vlinders en libellen genoteerd zijn. In april, juni en augustus hebben we met licht gestaan om de nachtvlinders te inventariseren, waarvan Louise weer verslag maakt.
Alle dagvlinders en libellen die gezien zijn staan in het aparte overzicht.
Bij de dagvlinders staan enkele, voor dit gebied, nieuwe soorten: het Bruine blauwtje. Deze is gezien in mei, juli en augustus. Hij lijkt wel op het vrouwtje van het Icarusblauwtje, maar is hiervan goed te onderscheiden als je weet waar je op moet letten. Beide vliegen bij graslanden, maar het Bruine blauwtje heeft voorkeur voor wat drogere. Het Icarusblauwtje is ook talrijker aanwezig.
Het Oranjetipje is een voorjaarsvlieger, hij komt voor op ruige graslanden waar hij graag langs de bosrand vliegt. De waardplanten die hij nodig heeft voor de rupsen, zijn vooral pinksterbloemen en look-zonder-look. Half april was er een mannetje op patrouillevlucht langs de nat-draszone.
De Eikenpage is in juni gezien. Je kunt hem gemakkelijk missen, omdat hij veelal bij de toppen van eikenbomen zit. De laatste jaren gaat het in onze omgeving goed met hem, hij wordt steeds vaker gezien.
Het Hooibeestje is op 18 juni gezien in de buurt van de voorste stapsteen bij het sluisje. Het was slechts één exemplaar, maar wie weet volgen er meer!
De laatste nieuwkomer van de dagvlinders was de Oranje luzernevlinder. Dit is ook weer een trekvlinder, die dit jaar de wind mee had en door het hele land veel waargenomen is.
Het Bonte zandoogje en de Kleine vuurvlinder hebben dit jaar opvallend talrijk gevlogen.
Van het Zwartsprietdikkopje hebben we maar een enkel exemplaar gezien.
De Atalanta hebben we dit jaar hier gemist, maar die heeft wel normaal gevlogen en hij is vast en zeker ook wel in het gebied geweest op een ander moment dan wij.
De libellen hebben ook weer zichtbaar genoten van dit gebied, en wij van hen.
Ook hier zijn weer nieuwe soorten te melden: De Bruine winterjuffer dacht ik begin april te zien, maar ik was er niet zeker van. Begin augustus zag ik weer een vrouwtje en deze keer kon ik het wel goed zien. Ik heb een duidelijke foto kunnen maken. De Bruine winterjuffer sluipt uit vanaf augustus en vliegt dan weg van het water. Hij zoekt een plek om te overwinteren en komt pas in het vroege voorjaar terug naar het water om te paren en eitjes af te zetten.
De Vroege glazenmaker is de laatste jaren steeds vaker te zien in onze omgeving. Eind juni patrouilleerde hij bij de stapstenen, en ook in juli is hij daar gezien.
De Zwarte heidelibel is een algemene soort van vennen en plassen. Het is de kleinste van de heidelibellen, 29-34 mm. groot, het (uitgekleurde) mannetje is zwart. In juli en augustus zijn er diverse exemplaren gezien.
De Weidebeekjuffer is een soort van stromend water, hij vliegt wel bij de Wetering en vooral de mannetjes maken wel eens een rondje langs de stapstenen. Het zijn echter geen vaste bewoners van de plassen.
De Metaalglanslibel is een algemene libel van plassen, kanalen en beken. Hij vloog in juli bij het water voor de Maliskampsestraat 51 (bij het sluisje).
De Blauwe glazenmaker hebben we gemist dit jaar. Hij is echter niet zeldzaam, maar vliegt meestal niet in grote aantallen.
Verder waren de vaste libellen in normale aantallen aanwezig.
Tineke Cramer, vlinder- en libellenwerkgroep IVN ‘s-Hertogenbosch
Oktober 2009 |