Zestien soorten dagvlinders heb ik dit jaar geteld in dit gebied. Er waren dit jaar geen nieuwe soorten bij. Distelvlinders, die vorig jaar in grote aantallen aanwezig waren, heb ik dit jaar hier niet gezien. Distelvlinders overwinteren niet in ons land, het zijn trekvlinders, die uit Zuid-Europa en Noord-Afrika komen. Als het weer niet meezit, worden ze in Nederland nauwelijks gezien, het is toch een heel eind vliegen!
De trekvlinder Atalanta heb ik wel verschillende keren gezien dit jaar. Ook de Gamma-uil, een dag-actieve nacht-trekvlinder, heeft goed gevlogen dit jaar.
Een nieuwe nachtvlindersoort van dit jaar is het Bosbesbruintje, een vrij kleine spanner. Deze heeft dit jaar opvallend talrijk gevlogen op veel plaatsen in Noord-Brabant.
Voor de overige resultaten van de nachtvlinder-tellingen, zie het overzicht van Louise de Kort, die de scores precies bijhoudt.
Het weer was dit jaar weer echt hollands: het regende in augustus en september nogal eens, en als het niet regende dreigde het wel te gaan regenen. Lastig voor wie vlinders en libellen wil gaan kijken, want die houden daar helemaal niet van. Libellen vliegen het liefst in de zon. Is de zon even weg, dan houden de libellen zich ook meteen schuil. Toch zijn er weer 26 soorten libellen gezien, wat helemaal niet slecht is. De nieuwkomers van vorig jaar waren er dit jaar weer: de Bruine winterjuffer, de Metaalglanslibel en de Vroege glazenmaker. De Vroege glazenmaker is zijn gebied in onze omgeving nog steeds aan het uitbreiden, en ook bij de stapstenen is hij weer diverse keren gezien. Ook de Vuurlibel, een spectaculaire helemaal felrode libel, was er weer dit jaar: op 19 juli vlogen er twee mannetjes af en aan bij de achterste poel. De Vuurlibel is de laatste 10 jaar ons land aan het veroveren, daarvoor was hij zeer zeldzaam. In 1993 is het eerste exemplaar in Zeeuws-Vlaanderen gezien.
Een overzicht van alle waargenomen libellen en dagvlinders is apart opgenomen.
Niet alleen insecten rukken op uit het zuiden, maar ook andere geleedpotigen. Naast de bekende Wespspin, die hier al jaren bivakkeert, heb ik dit jaar hier op 13 september ook een hooiwagen gezien, die in 1993 voor het eerst in Nederland was. Vanaf 2003 is de verspreiding snel gegaan en nu is hij algemeen geworden: de Dicranopalpus ramosus. Hij heeft nu ook een Nederlandse naam gekregen: Strekpoot. Deze naam verwijst naar zijn rusthouding: alle (acht) poten worden evenwijdig zijdelings uitgestrekt.
Tineke Cramer
Oktober 2010
|