Maandagmiddag 3 augustus 2026 ontstond er brand in het Mariaburgbos, een bos in eigendom van de gemeente. Het betrof een gebied van ongeveer twee tennisvelden groot, bestaande uit heide, bomen en ondergroei. Omdat de laatste tijd het erg droog was, kon de brand zich snel ontwikkelen.
En daardoor ontstond er ook rook die richting Cello - De Binkhorst dreef. De eerste meldingen kwamen rond 14:40 uur binnen. De brandweer schatte de brand direct als “Zeer Groot” in. De kans bestond namelijk dat het vuur het terrein van Cello zou bereiken. Men riep daarom diverse korpsen op met in totaal zo’n 7 bluswagens. De brand bleef beperkt door de snelle melding en door de paden waar het vuur niet overheen kon. Ook het feit dat de brandweer snel, via deze paden, bij de brand kon komen, beperkte de schade.
En daarmee kwam ook IVN Den Bosch in beeld. De werkgroep Landschapsbeheer van IVN onderhoudt die paden en ook het bos erg goed. Dat wil zeggen met behoud van het natuurlijke karakter en gericht op het verbeteren van de biodiversiteit. De brandweer complimenteerde IVN Landschapsbeheer voor het onderhoud van dit gebied vanuit hún gezichtspunt.
De paden waren vrij van begroeiing en breed genoeg. Snoeiafval was in het verleden op lage rillen gelegd. Dit zorgde ervoor dat de brand niet de kronen van de grove dennen kon bereiken. Daarom sloten vrijwilligers van Landschapsbeheer op verzoek van de gemeente en brandweer aan bij het beoordelen van het nablussen. Zij troffen een zwart geblakerd gebied aan met plekken waar een intens vuur moet hebben gewoed.
De schors van grove dennen is op sommige plekken tot wel 4 meter hoog geblakerd. De ondergroei is volledig weg. Niet alleen door de brand maar ook door de kracht van de waterstralen waarmee werd nageblust. De humuslaag is daar slechts 10 cm dik en daaronder zit het bekende klapzand. Bij het nablussen werd de volledige humuslaag omgehaald en met warmtesensoren werd de grond gescand of deze voldoende was afgekoeld.
Het advies van de brandweer was om die avond elke twee uur het gebied te controleren of er nog ergens iets te smeulen lag. De eerste ronde is gelopen rond 21:30 uur. Tijdens die ronde vonden we inderdaad nog wat smeulend materiaal in de humuslaag. Ook rond 23:00 uur vonden we nog een zichtbaar smeulende plek in de voet van een grove den. De volgende ochtend (dinsdag) rond 9:00 uur werd nog een ronde gelopen en er werd ook toen nog smeulend materiaal gevonden. Zelfs op woensdag rond 12:00 uur werd nog één smeulende plek onder de grond gevonden. Dit schijnt echter een zeer klein risico te zijn, daar de omgeving geen brandbare stoffen meer bevat en de boel toch best nog nat is.
De brandschade aan de natuur is echter klein. Vanuit de rol van landschapsbeheer en natuurontwikkeling is het zeer interessant om te zien hoe dit gebied zich zal herstellen.
De levendbarende hagedis vond het allemaal wel interessant en vond die warme grond waarschijnlijk wel prettig…
Het had echter veel slechter kunnen aflopen. Als de wind net anders gestaan had, de brand later opgemerkt zou zijn of men de brandhaard niet had kunnen bereiken, dan waren de gevolgen niet te overzien geweest.





