Wandeling bij Maurick in 1880/81

kasteel maurick JacobusCraandijkWandelingen door Nederland met pen en potlood. Deel 6 (1882)–Jacobus Craandijk, p. 166 - 171

Over kasteel Maurick en wolven .

Geraadpleegd via DBNL (Koninklijke Bibliotheek):    https://www.dbnl.org/tekst/craa001wand06_01/craa001wand06_01_0003.php

Aan den dijk - bij wiens ingang, tusschen het groote, geele klooster en de geele R.C. kerk, de steenen palen staan, met de wapens van Beresteyn en Bruart - ligt het eveneens geel gepleisterde huis Muiserick en op korten afstand het belangrijkste van allen: het fraaije, nog welbewaarde kasteel Maurick, ook met geelen pleister aangestreken. Geel schijnt hier een gezochte kleur.

...

Tusschen de beide forten Isabella en St. Antonie, overblijfsels van de verschansingen, die met de inundatiën den Bosch tot een uitnemend sterke vesting maakten, loopt de breede weg in de rigting van de boschrijke streek, thans als uit de wateren oprijzend, waarboven de zware dorpstoren hoog uitsteekt en waaruit ook even de spitsjes der R.C. kerk en van het huis Maurick zich vertoonen. 't Is frisch op den open weg, maar voor gezonde longen heeft de Maartsche lucht overvloed van levenskracht en de losse sneeuwbui hindert weinig. Toch is 't wel eenige verademing, als na de worsteling met den wind, de luwte achter de huizen is bereikt.

Het dorp kennen wij reeds, evenals den dijk met zijn steenen palen en het tweede paar palen bij de tuinmanswoning en de linden aan de brug over de buitengracht. Ook het uitwendige van het kasteel hebben wij reeds gezien. 't Is een gebouw van twee verdiepingen boven de kelders, vier ramen breed, met twee hangtorentjes. In den gevel is een wapen gemetseld, vertoonende een roode ster op zilver, het wapen der familie Heym, aan wie het slot tot het tweede jaar der 17de eeuw behoorde. Achter het hoofdgebouw, naar den kant van het dorp, springt een vleugel uit en op den daardoor gevormden hoek, met gemetselde, uit de gracht oprijzende wallen, wast een boom, die des zomers zijn schaduw op de oude muren werpt. Boven het dak verheft zich de spits van een' toren en een ooijevaarsnest kroont een' hoogen trapgevel. Aan de andere zijde ligt de poort met haar ophaalbrug, tusschen twee torens, waaraan een zijgebouw zich aansluit. Van den dijk zagen wij den ruimen slottuin, met hoog geboomte en de lange stallingen achter het huis en daartegenover ligt een uitgestrekt bosch en een weide, thans door het water ontoegankelijk. Ook het slot met zijn' tuin is des winters een eiland. De Dommel, die op korten afstand door de velden stroomt, is voor 't oogenblik niet meer te onderscheiden.

Volgens een oude gravure vertoonde zich Maurick in den jare 1602 nagenoeg in dezelfde gedaante. Alleen het hoofdgebouw was eenigszins anders van vorm. Het gedeelte met de hangtorentjes - destijds door een borstwering verbonden - had meer het voorkomen van een' vierkanten toren, waaraan lagere onregelmatige uitbouwsels met trapgevels waren verbonden. In een daarvan was destijds de kapel. In later tijd werd alles in dezelfde lijn en tot gelijke hoogte opgetrokken en onder één dak gebragt. Het oude en het nieuwe is op de zolders van het huis nog genoegzaam te onderscheiden.

Binnen de poort vinden wij aan de regterzijde de biljartkamer,de stallen en schuren en daartegenover het huis, dat zijn' hoofdingang in den slanken, achtkanten toren aan den achtergevel heeft. Een ruime vestibule, met wapenschilden en jagtsymbolen behangen, leidt naar den hoofdtrap, die van vrij nieuwe dagteekening is. In de dagen, toen de prinsen Maurits en Frederik Hendrik, tijdens den misluktcn aanslag op den Bosch door den eerste en het welgeslaagde beleg door den tweede, op 't kasteel Maurick hun hoofdkwartier hadden, was de trap naar de bovenverdieping anders geplaatst. Naast de vestibule aan de tuinzijde ligt de eetkamer, met portretten en gravures versierd en met een fraai uitzigt op de stad. Daaraan grenst de groote zaal in den zijvleugel, met drie ramen aan den tuin en twee naar den kant van het dorp. Dit vertrek is vooral belangrijk om de schoone portretten van Maarten Harpertsz. Tromp en zijn huisvrouw, die tot de voorouders der familie van Beresteyn behooren. Beide stukken zijn door van Haarlem geschilderd. Vooral het kostuum der vrouw is vorstelijk door hermelijn, zijde en parelen. Tusschen de beide kapitale stukken hangt een merkwaardige trophee van kostbaar bewerkte wapens, - Tunesische arbeid, - een geschenk van den Bey aan den roemruchtigen admiraal. Van waarde zijn ook de afbeeldsels van den Delftschen burgemeester Cornelis van Beresteyn, die in 1601 het kasteel heeft gekocht, van zijne echtgenoote en van een bejaarde dame, uitstekend geschilderd door een' onbekenden meester. Enkele portretten zijn om hoogen ouderdom of kostuum merkwaardig en de stukken uit nieuweren tijd, voorstellende den tegenwoordigen bezitter en zijn' schoonvader, den vice-admiraal C. de Jong van Rodenburgh met hunne echtgenooten, zijn, ondanks de minder schilderachtige kleeding, hun' naburen uit de oude school niet gansch onwaardig.

Uit de eetkamer leiden een paar treden naar de kamer aan de voorzijde, vroeger ten deele tot kapel ingerigt. Naar het schijnt zijn deze gedeelten van het huis voor en na aangebouwd bij den zwaren vierkanten toren nevens de poort, die een' afzonderlijken ingang, een' engen trap, dikke muren en zware gewelven heeft bewaard. Op den bovengang, waarop de kamers der tweede verdieping uitkomen, vinden wij wederom een aantal portretten, waaronder er zijn van meer dan middelmatig gehalte. Eigenaardig zijn de zolders boven het oudste gedeelte, waarvan het kapwerk, met de ruw met de bijl behakte bindten, volgens deskundigen meer dan vijfhonderd jaren tellen kan. Boven de voormalige kapel liggen de overblijfsels van een paar eikenhouten balken, grootendeels ten behoeve der latere dakconstructie afgezaagd, versierd met figuren, waarvan eene een duimschroef schijnt te moeten voorstellen.

Oorspronkelijk was de toegang tot het kasteel niet, zooals tegenwoordig, aan den dijk, die eerst in de vorige eeuw is gelegd. De poort met torens en brug bestond echter reeds in 1602, zooals uit de afbeelding blijkt. Vermoedelijk liep de weg naar het slot destijds door het bosch er tegenover. Maar oudtijds was de ‘cour d'honneur’ waar thans de tuin is. Toen stond aan het einde van den ommuurden voorhof een poort en ging de weg van daar over twee nog bestaande eilandjes naar den grooten Vughtschen ‘dijk’ in de rigting van den Bosch. Maurick was dus een echt waterkasteel.

Van de geschiedenis van het huis schijnt weinig bekend. Reeds zeer vroeg hadden onderscheidene adellijke geslachten in dezen omtrek hun kasteelen, en naar ons berigt wordt moet Maurick reeds in de 12de eeuw bestaan hebben en in oude stukken ‘Malderik op zijn' berg’ worden genoemd. 't Is ons intusschen niet gelukt, inzage te verkrijgen van de bescheiden in het bezit van den Heer Prosper Cuypers van Veldhoven te Brussel, die daaromtrent nader licht moeten verspreiden, en verwarring met het Geldersche huis Malderik zou mogelijk zijn. Langen tijd behoorde het aan het geslacht Heym en schijnt het Heymshuizinge geheeten te hebben. Antonis Duyk in zijn ‘journaal’ zegt, dat ‘Syn Excie te Vucht ging logeren op 't huys te Hem.’ Volgens sommigen heeft het zijn' tegenwoordigen naam te danken aan dit verblijf van prins Maurits binnen zijne muren. Eens, op een' Zaturdag, - zoo verhaalt de familieoverlevering, - zat de prins hongerig aan tafel, gereed den maaltijd te beginnen. Daar kwam een kanonskogel uit het fort Isabella door het venster, sloeg alles, wat op tafel stond kort en klein en Z. Exc. kreeg dien middag niets voor het mes, dan de pannekoeken, door de keukenmaagd in der haast gebakken. Een variatie op 't verhaal vermeldt, dat een bom juist in den keukenschoorsteen teregt kwam en het gansche maal deed verongelukken. Nog langen tijd was 't op het huis de gewoonte, des Zaturdags pannekoeken te eten, ter herinnering aan den prins.

Hebben wij het kasteel verlaten, let dan op dien ouden, hoogen iep tegenover de brug. Ook daaraan verbindt zich een verhaal. 't Was op een kouden Decemberavond in een der laatste jaren der vorige eeuw. De tuinman hoorde in zijn huisje, daar bij het hek, een klagend geschreeuw. Uitziende bemerkt hij, dat een reusachtige wolf bezig is, een kalf te verscheuren op de weide daar ginds bij het bosch. Haastig wordt het berigt gebragt op het huis, waar de Heer van Beresteyn met zijn drie zonen en een' bejaarden gast aan den disch zitten. De geweren worden gegrepen, de vader en de jonkers verdeelen zich in het bosch, om den wolf door de laan naar den dijk te drijven; de logé posteert zich bij den iep, waar het ondier voorbij moet komen. En de wolf kwam ook voorbij, maar de oude heer was zoetkens ingedommeld. 's Morgens vond men het spoor in de sneeuw, digt bij den boom. Een paar dagen later werd het dier geschoten in de bosschen van Oud-Herlaer. Van wolven was destijds de provincie nog geenszins misdeeld en allerlei verhalen zijn nog in omloop omtrent verwoestingen, door hen aangerigt en omtrent overwinningen, door moed en list op hen behaald.

Wij behoeven tegenwoordig de ontmoeting met dergelijke onwelkome gasten niet meer te vreezen....



Deel deze inhoud via jouw social media dmv deze buttons:


Wat is/doet het IVN?

IVN 's-Hertogenbosch
IVN 's-Hertogenbosch is een vereniging met als doel natuur- en milieu-educatie.

Actieve vrijwilligers
IVN 's-Hertogenbosch bestaat uit actieve vrijwilligers. Onze vereniging kent zowel volwassen leden als jeugdleden.

Wat staan we voor?
Wij willen iedereen stimuleren de natuur te ontdekken rond de thema's educatie en bescherming.

 

button lid worden button lid worden
button lid worden button lid worden button natuurbeleving voor bijzondere groepen

facebookbutton

Contact met IVN 's-Hertogenbosch e.o.

© 2020 IVN - VNW 's-Hertogenbosch e.o.